STANDAARD OFFICIËLE SCREENING OP HEUPDYSPLASIE (HD)

Heupdysplasie (HD) is een ontwikkelingsstoornis van het heupgewricht waarbij het gewricht lakser of minder stabiel is, waardoor er arthrose kan optreden. Het is deels erfelijk, maar omgevingsfactoren spelen ook een rol.

De screening op HD gebeurt in België en Nederland op basis van röntgenfoto’s van de gestrekte heupen. Wij zijn geregistreerd om deze foto’s te nemen voor de Raad van Beheer in Nederland en voor de Nationale Commissie voor Skeletaandoeningen (NCSA) in België.

Voor een officiële röntgenopname van de heupen, moeten de honden volgens de commissie een zeer lichte verdoving krijgen. Wij beperken deze verdoving tot een minimum sedatie van zeer korte duur zodat uw huisdier na het nemen van de foto’s snel weer wakker wordt en naar huis kan. De verdoving is ook nodig om een perfect symmetrische opname te kunnen maken volgens een gestandaardiseerde methode en om het aantal opnames en bestraling voor uw dier en ons te beperken.

Volgens de regels van de FCI (Fédération Cynologique Internationale) moet uw hond voor het laten maken van HD-foto’s minimaal 12 maanden zijn. Voor sommige rassen, die pas later volgroeid zijn, geldt een verplichte minimumleeftijd van 18 maanden. Het gaat hierbij om de volgende rassen:

  • Berner Sennen Hond
  • Grote Zwitserse Sennenhond
  • Hovawart
  • Berghond van de Maremmen
  • Pyrenese Berghond
  • Bordeaux Dog
  • Bullmastiff
  • Duitse Dog
  • Landseer
  • Leonberger
  • Mastiff
  • Mastino Napoletano
  • Newfoundlander
  • Sint-Bernard
  • Kaukasische Herdershond
  • Komondor
  • Kuvasz

Na het nemen van de opnames sturen wij deze digitaal door naar de commissie. Deze commissie bestaat uit een team van specialisten die de heupen beoordelen op verschillende punten volgens de FCI-methode:

  • Norberghoek
  • Gewrichtsinterlinie
  • Vorm van kop en hals
  • Botveranderingen of arthrose

Er zijn verschillende FCI-einduitslagen mogelijk:

  • HD A (negatief): radiografisch vrij van HD, dit betekent niet dat uw hond geen “drager” van de afwijking kan zijn
  • HD B (overgangsvorm): geringe veranderingen op de röntgenfoto’s die kunnen wijzen op HD, maar die in het kader van de fokkerij nog niet significant genoeg zijn om het dier uit te de fok te nemen
  • HD C (licht positief) of HD D (positief): duidelijke veranderingen die passen bij HD
  • HD E (zwaar positief): de heupgewrichten zijn ernstig misvormd

Wat betekent dit voor de fokkerij?

  • Honden met A of B mogen gebruikt worden voor de fok
  • Honden met C mogen gebruikt worden op voorwaarde dat ze gepaard worden met een hond met A-resultaat
  • Honden met D of E zijn uitgesloten voor de fok

Houd er wel rekening mee dat een HD A uitslag niet betekent dat uw huisdier nooit last zal krijgen van HD. Dit is omdat men niet de laxiteit (losheid) van de heupgewricht meet.

U kan een beoordeling bij de Raad van beheer Nederland aanvragen op voorwaarde dat uw hond in het Nederlands Honden Stamboek staat (NHSB) en op uw naam en adres bij de raad van beheer geregistreerd staat. U moet daarvoor een account aanmaken en een registratiebewijs aanvragen dat u moet meebrengen naar ons. De handleiding vindt u op de website Raad van Beheer Nederland onder mijn RvB in de linker kolom onderaan.

Gezien wij een Europees Specialist Veterinaire Medische beeldvorming in huis hebben die in haar jaren als assistent aan de Universiteit vaak heeft meegewerkt aan verschillende wetenschappelijke studies over heupdysplasie en de beoordeling ervan, kunnen wij op voorhand al een inschatting maken van de graad die uw hond zal krijgen van de commissie.

Maak een afspraak

PENN-HIP- VEZZONI

Om na te gaan of een hond goede heupen heeft werd tot nu toe enkel de gestrekte VD-opname (op de rug met gestrekte poten) gebruikt. Men beseft stilaan dat dit geen goede voorspeller is van het later ontwikkelen van heupproblemen omdat men geen laxiteit meet. De laxiteit, of hoe los de heupkop in de kom zit, is de primaire oorzaak van heupdysplasie en is niet zichtbaar op de standaard ventrodorsale opname.

Vele honden die op de standaard ventrodorsale opname een graad A of B kregen op jonge leeftijd, bleken op latere leeftijd alsnog heupproblemen en artrose te ontwikkelen. Bovendien is er weinig vooruitgang in de populatie op gebied van HD waardoor deze methode in vraag wordt gesteld.

In 1983 ontwikkelde Dr. Gail Smith van de universiteit van Pennsylvania in de Verenigde Staten een betrouwbare methode voor een vroeg diagnose van HD, namelijk PennHIP. Bij deze methode wordt de heupkop door middel van een speciale techniek uit de heupkom gedrukt. Hoe laxer of losser het gewricht hoe verder de kop uit de kom kan gedrukt worden. De heuplaxiteit wordt gemeten d.m.v. de distractie index.

De distractie index of DI wordt wordt aangeduid met een cijfer tussen 0 en 1. Naarmate het cijfer hoger is, is de speling in het gewricht groter. Het grensgebied ligt op 0,30. Bij honden met waardes kleiner dan 0,30 is de kans op het ontwikkelen van heupdysplasie op latere leeftijd erg onwaarschijnlijk. Een waarde hoger als 0,30 betekent dat de kop niet strak genoeg in de kom zit. Er is dan sprake van een abnormale beweeglijkheid van het gewricht. Die abnormale beweeglijkheid leidt tot het ontstaan van artrose en vervorming van het gewricht, hetgeen men heupdysplasie noemt.

De PennHIP methode werd in het begin vooral gebruikt voor het meten van de heuplaxiteit op jonge leeftijd (vanaf 16 weken) en geeft een voorspellende waarde met 85-95% accuraatheid op het ontstaan van HD op latere leeftijd. Dit is bewezen met talloze wetenschappelijke studies.

De “Vezzoni modified Badertscher distension device technique”, kortweg de Vezzoni techniek, is een gelijkaardige techniek die later in Italië is ontwikkeld.

Veterinair Verwijscentrum Heelix beschikt over een Europees specialist in veterinaire medische beeldvorming (DipECVDI) en Europees Specialist in veterinary sports medicine and rehabilitation (DipECVSMR) die gecertifieerd zijn voor PennHIP en Vezzoni. Zo bent u zeker de de techniek goed wordt uitgevoerd en de resultaten betrouwbaar zijn.

De PennHIP-test kan technisch al vanaf 16 weken leeftijd worden uitgevoerd. Dat is het officiële minimum, omdat de methode juist ontworpen is om heuplaxiteit vroeg te meten en zo vroegtijdig risico op heupdysplasie te voorspellen.

Richtlijnen per doel

  • Voor vroege selectie (fokplanning / pupselectie):→ vaak rond 4–6 maanden. Dit laat fokkers toe om jonge honden met slechte heupen vroeg uit de fok te halen.

  • Voor definitieve fokbeslissing / officiële screening:→ meestal ≥12 maanden (of volgens rasverenigingseisen soms 18–24 maanden). Op die leeftijd is het skelet grotendeels uitgegroeid en vinden veel fokkers de beoordeling praktischer voor administratie en registratie.

Belangrijk om te weten

  • PennHIP-resultaten blijven levenslang geldig; je hoeft ze normaal niet te herhalen.

  • De test moet gebeuren onder sedatie of lichte anesthesie door een gecertificeerde dierenarts.

Maak een afspraak

Erfelijkheid

Kan een hond waarvan beide ouders graad A hebben toch heupdysplasie ontwikkelen?

Helaas wel, we proberen het uit te leggen:

HD is een erfelijke aandoening waarbij meerdere genen betrokken zijn en waarbij ook verschillende omgevingsfactoren van invloed zijn op de ‘genexpressie’ (=het tot actie komen van die foute genen) en zodoende het ontwikkelen tot HD. Er zijn dus dieren die genen dragen (genotype aanwezig), die aanleiding kunnen geven tot HD, maar die zelf geen HD hebben (fenotype niet of nog niet aanwezig). Dit zijn dan ‘dragers’. Er zijn dieren die de genen niet dragen en dus ook de aandoening niet hebben (genotype en fenotype afwezig) en er zijn dieren die de genen dragen en die ook de aandoening hebben (genotype en fenotype aanwezig= ’lijders’).

Helaas is het nog niet mogelijk om door middel van DNA onderzoek vast te stellen of een dier de erfelijke aanleg heeft voor HD. De screening die nu plaats vindt, is dus enkel gebaseerd op het fenotype. Op deze wijze kunnen ’lijders’ over het algemeen vrij goed worden opgespoord, maar de ‘dragers’ vormen een probleem. Bij sommige combinaties van ouderdieren die fenotypisch vrij zijn kan dit toch een nakomeling met HD opleveren.

Heeft een hond met HD altijd klachten?

Neen, dat is het rare! Soms ontwikkelen honden met HD graad C of D bijna geen artrose en vertonen op latere leeftijd ook weinig klachten. En honden met graad B, de zogezegde overgangsvorm, kunnen soms heel ernstige artrose ontwikkelen op latere leeftijd. Er is dus niet altijd een rechtlijnig verband tussen de graad van de dysplasie en het ontwikkelen van klachten.

Maak een afspraak voor HD (eventueel +ED, SD)

Bent u eigenaar?

Bent u dierenarts?

Boek vlot online

Een afspraak kan u gemakkelijk inboeken via onze online agenda
Maak een afspraak